In de pubertijd groeien jongeren meer dan twee keer zo snel als in hun kindertijd. Je kunt je vast voorstellen dat dit niet altijd fijn is. Al helemaal niet als je veel sport en dit ook wilt blijven doen. Heb je zelf last van groeipijn, ben je een bezorgde ouder of bijvoorbeeld trainer van een team met pubers? Check dan snel de tips van Sven Huijs MSc Sportfysiotherapie en leer hoe je kunt omgaan met groeipijn.

Wat is groeipijn?

Eerst even de theorie in. Wat is groeipijn nou precies? Bij de welbekende groeispurt in de pubertijd groeit het skelet sneller dan spieren en pezen toenemen. Tijdens de groeifase ontstaat (nog) niet verkalkt kraakbeen bij de groeischijven. De pezen trekken op deze plaats aan het bot, dit geeft de groeipijn. Na de groeispurt wordt dit kraakbeen omgezet in bot. En dan is de pijn over! De groeipijn tot deze tijd kan heel vervelend zijn.

Waar ervaar je vaak groeipijn?

Bij voetballers bijvoorbeeld zijn er drie veel voorkomende aandoeningen: de ziekte van Sever (hiel), Sinding-Larsen-Johansson syndroom (knieschijf/kniepees) en de ziekte van Osgood Schlatter (aanhechting kniepees/scheenbeen). Hielen en knieën zijn dan heel gevoelig voor trekklachten en daar komt de pijn vanaf! Denk maar eens aan de bewegingen die voetballers maken: springen, wenden, keren, schieten en sprinten. Er wordt continue getrokken aan deze plekken, daardoor ontstaat irritatie.

Wat kun je doen tegen groeipijn? 10 tips van Sven!

#1: Denk niet dat je de pijn kunt laten verdwijnen

Het allerliefste zouden we de pijn helemaal wegnemen. Jammer genoeg bestaan daar geen middeltjes voor. Je zou kunnen zeggen dat je moet stoppen met sporten, maar zelfs dat zou de pijn niet helemaal wegnemen. En dat is natuurlijk jammer! Daarom kunnen we de pijnklachten niet genezen, maar we kunnen ze wel verminderen.

#2: Focus op je balans en stabiliteit

Als jongeren opeens gaan groeien, doet dat ook iets met de motoriek. Er is namelijk een verandering in balans en stabiliteit, daardoor lijkt het soms wel alsof je lichaam zichzelf in de weg zit. Vandaar ook soms van die slungelachtige bewegingen. Dat veroorzaakt ook weer groeipijn: de trekkracht op de aanhechtingen worden nóg groter. Daar kun je aan werken om te zorgen dat stabiliteit en balans toenemen door training. Dat vermindert de trekkrachten op deze aanhechtingen.

#3: Respecteer de pijngrens

De pijn is er. Die neem je niet zomaar weg. Als je steeds maar over die grens heen gaat, dan wordt de irritatie alleen maar groter en groter. Je kunt je wel voorstellen dat dit averechts werkt. Sport tot aan de pijngrens, maar ga er niet overheen. Des te langer moet je daarna weer wachten totdat je weer verder kunt.

#4: Een tandje lager

Ervaar je dan opeens die pijn weer tijdens de training? Stop dan niet helemaal met de oefening, maar doe alles gewoon een tandje lager. Iets minder snel bijvoorbeeld. Houdt de pijn dan toch aan? Stap dan even uit de oefening, maar sluit bij een volgende oefening weer aan. Blijf zo op een lagere intensiteit toch meedoen.

#5: Praat erover

Jij weet wat je voelt, maar anderen zien dit niet aan de buitenkant. Als je dus niets zegt over je groeipijn, zal jouw trainer niet begrijpen waarom je alles misschien wat rustiger aan doet. Ook je teamgenoten hebben er geen idee van. Geef daarom aan dat je last hebt van groeipijn en dat je het daarom soms even rustiger aan doet. Het kan iedere training weer anders zijn, daarom kan het handig zijn om de mate van jouw groeipijn die dag aan te geven met een cijfer.

#6: Train met de speedladder

De speedladder is een perfect hulpmiddel om te trainen bij groeipijn. Je wordt daardoor bewust van jouw manier van bewegen. Door je groeipijn zet je je voeten vaak anders neer of zak je anders door je knieën. Vraag je trainer of een therapeut om je bewegingen te beoordelen en zo zie je wat er fout gaat. Met de speedladder trainen is ook heel leuk voor de rest van je team, vraag je trainer om het iedere training minstens 10 minuten te doen en het af te wisselen met wat baloefeningen op het veld. Je trainer kan de speedladder ook makkelijk integreren binnen de pass- en trapvormen van iedere training. Win-win!

#7: Neem je rust

Het klinkt misschien saai en verstandig, en dat is het eigenlijk ook. Gedoseerd rust nemen is super belangrijk. Ga nu niet alleen maar thuis op de bank hangen, je moet een balans vinden tussen trainen en rust. Bouw het geleidelijk op, vooral na een zomerstop of winterstop. Ook de dag na een wedstrijd is het goed om even rustig aan te doen.

#8: Ben niet bang dat je stilstaat

Als je even een stapje terug moet doen voor je groeipijn sta je niet direct stil in je ontwikkeling. Dat gebeurt pas als je echt vaker over je pijngrens heen gaat en daarna voor een langere tijd niet meer mag sporten. Partijtjes bijvoorbeeld kun je altijd wel meedoen, je merkt vanzelf wel bij welke oefeningen je even moet dimmen.

#9: Laat een echo maken

Met behulp van een echografisch onderzoek bij Funqtio kunnen we duidelijk aantonen wanneer je in de groeifase zit. De echo is een goede eerste stap naar herstel: je weet namelijk waar je al (zo lang) last van hebt en je weet dan waar je mee om moet gaan.

#10: Persoonlijk plan van aanpak

Deze tips zouden je kunnen helpen, maar feitelijk gezien is de situatie voor iedereen anders. Daarom is het altijd verstandig om een sportfysiotherapeut op te zoeken. Allereerst voor een echo (zie vorige tip) en daarnaast voor een persoonlijk plan van aanpak. De professional neemt je aan de hand en laat jou zien hoe jouw pijnklachten verminderd kunnen worden.

Denk je last te hebben van groeipijn? Plan direct een afspraak in met Sven Huijs (MSc Sportfysiotherapie) voor een echo en we gaan aan de slag! Bel naar 077 – 373 37 88 en vraag naar Sven.